Colleges Filosofie: Waarheid, misleiding en misverstand

17 april 2019, van 10:00 tot 12:00 | Steenlandzaal, Chocoladefabriek

Kosten: Passe-Partout €46 voor leden / €53 voor gasten, Los college €13 voor leden/€14,50 voor gasten

Deze activiteit heeft in het verleden plaatsgevonden. Klik hier voor alle actuele activiteiten.

Vier grote filosofen over de ontmaskering van nepnieuws

Foutieve informatie verspreiden om de publieke opinie te beïnvloeden; nepnieuws lijkt iets van deze tijd. Maar het doelbewust misleiden van mensen is iets van alle tijden. Filosofen hebben zich vaak verweerd tegen degenen die schijnkennis verspreidden. De filosoof beriep zich daarbij op de waarheid. Zo probeerden de sofisten in het oude Griekenland door welsprekendheid anderen te overtuigen van hun gelijk. Vooral in de politiek en rechtspraak waren zij invloedrijk. De filosoof Plato (427-347) zag het als taak van de filosofie om de sofist te ontmaskeren. De sofist ontkent immers dat er zoiets als waarheid bestaat. Plato probeert hem uit naam van de waarheid zijn plaats te wijzen. 

Niet iedere schijnkennis wordt met opzet verspreidt. De Zweedse wetenschapper Swedenborg wordt door Immanuel Kant (1724-1804) bekritiseerd om het feit dat hij voorgeeft met geesten te communiceren.  Maar Swedenborg is zeker geen geslepen sofist. Hij is een nauwgezet wetenschapper die mensen niet moedwillig probeert te misleiden. Het bestaan van geesten raakt voor Kant aan het probleem van de ziel, die moet immers ook als iets geestelijks worden gedacht. Kant waagt zich dus aan een kritische bespreking van het communiceren met geesten vanuit de vraag naar de eenheid van lichaam en ziel.

Degene die schijnkennis verkondigt maakt misbruik van het vertrouwen van mensen. Hij weet, moedwillig of niet, mensen voor zich te winnen door zijn taalgebruik. Hij gebruikt taal om er zijn voordeel mee te doen. Zijn motief is niet waarheidsvinding, maar invloed, macht, financieel gewin. Voor de

filosoof zijn dat oneigenlijke motieven. Maar hoe kan je onderscheid maken tussen eigenlijke en oneigenlijke motieven? De taalfilosoof Ludwig Wittgenstein
(1889-1951) laat in zijn boek Filosofische onderzoekingen zien dat taal altijd functioneel is, geleid door praktische motieven. Je gebruikt taal om
iets gedaan te krijgen. Maar wat blijft er dan over van de waarheidspretentie van de filosoof?

 Wellicht is die waarheid niet in alle tijden dezelfde, maar afhankelijk van de tijd. De filosoof Michel Foucault (1926-1984) benadert kennis historisch. In zijn boek De woorden en de dingen maakt hij een onderscheid tussen drie periodes van 1500 tot 1900 en onderzoekt hij hoe wetenschap en waarheid een verandering doormaken.